Box 3 belegger is per saldo vooral in goede jaren veel meer gaan betalen

Box 3 belegger is per saldo vooral in goede jaren veel meer gaan betalen
Shutterstock/ DUBROVNA OLHA

Kapé Breukelaar kreeg van fiscalist Cor Overduin het bestand met al zijn box 3-gegevens in de schoot geworpen. Of hij er iets nuttigs mee wilde doen. Deel drie van zijn analyse.


In deel één schreef Kapé Breukelaar al over de asset mix in box 3. Een van de conclusies was dat de gemiddelde box 3 betaler in 2023 vermogen had van € 238.000. In deel 2 keek hij naar de historie. Iemand vroeg zich af hoe de 3 vermogensgroepen in de spaar- en vastgoedbox zich ontwikkelden over de tijd. Daarvoor ging Breukelaar terug naar 2012 en maakte hij de vergelijking met 2023. Dat alles dankzij de dataset die hij ontving van Cor Overduin.

Meer tonnairs en miljonairs

Als je 2012 en 2023 met elkaar vergelijkt valt één aspect snel op: het aantal belastingplichtigen in box 3 daalt met minder betalers ongeveer een kwart. Dat verschil zit in de box 3 vrijstelling. Die steeg van €21.139 in 2012 naar €57.000 in 2023. Gevolg: de box 3 groep met een vermogen tot €100.000 daalde sterk, van 2,4 miljoen in 2012 naar 1,0 miljoen in 2023.

De andere oorzaak voor de uitstroom uit de groep tot €100.000: de vermogens namen toe. De groep tonnairs groeide in die 11 jaar van 949.000 naar 1.459.000. Procentueel groeide de groep miljonairs het sterkst. Het aantal box 3 miljonairs ging van 37.000 naar 68.000. Dat is plus 84%. Hun totale vermogen steeg van €83 naar €167 miljard. Dat is plus 101%.

In de onderste groep, de box3-starters, zie je het totale belaste vermogen juist dalen, van €113 miljard naar €76 miljard. Ook daarvan is de hogere vrijstelling de oorzaak.

Van sparen naar vastgoed
Onderaan in de afbeelding zie je de tabel met de samenstelling van box 3.
In 2012 bestond box 3 nog voor 48,5% uit bank- en spaartegoeden. In 2023 is dat gedaald naar 38,5%. Die 10% zie je bijna helemaal terug bij de onroerende zaken. Die stegen van 23,2% naar 33,0%.

Box 3 was en is dus voor ruim 70% een spaar- en vastgoedbox. Het percentage in beleggingen en overige bezittingen was minder dan 30%.

Conclusies uit dataset

- Box 3 is vooral een spaar- en vastgoedbox (>70%).
- Aandelen, obligaties en overige bezittingen zijn bijzaak (<30%)
- De hoogte van de vrijstelling heeft veel invloed op het aantal box 3 belastingplichtigen.
- We zijn per saldo veel meer gaan betalen vooral in goede jaren (zoals 2023).
- De voorgestelde (tijdelijke) vermogensaanwasbelasting heeft in de praktijk alleen gevolgen voor beleggingen in aandelen en obligaties.

Toekomstmuziek

Het is duidelijk dat de politiek naar een vermogenswinstbelasting wil. Ik denk dat het kan werken, mits je bij uitstel van heffing een hoger tarief hanteert. Daarom denk ik aan 3 tarieven.

Tarief 1 is 30% en geldt voor alle directe inkomsten in een jaar. Denk aan rente, dividend en huur en korte termijn vermogenswinst binnen een jaar.

Tarief 2 is 35% en geldt voor vermogenswinst gerealiseerd in de jaren 2 tot en met 10.

Tarief 3 is 40% en geldt voor vermogenswinst gerealiseerd in de jaren 11 en verder.

Met de hogere tarieven 2 en 3 compenseer je (deels) het uitstel van het realiseren van rendement. Ja, er blijft een voordeel. Wie meer risico neemt en hogere rendementen maakt ziet na belastingen wat meer resteren. Onderaan de streep betaalt die belegger ook veel meer belasting dan een spaarder.

Kapé Breukelaar is Personal finance expert bij FiscAlert, waar hij al meer dan twintig jaar productrecensies voor schrijft: Slimmer in geldzaken. Inmiddels is hij ook mede-eigenaar van Fiscalert.

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.