Laten we kennismaken, want de vastgoedmaffia, dat ben ik.
Sinds 1998 behoor ik tot die 270 duizend Nederlanders die één woning verhuren aan een ander, waardoor die ander een thuis heeft – dat is meer dan een dak boven je hoofd. Als tegenprestatie krijg ik van die ander een vergoeding, waarmee ik de hypotheek en de onderhoudskosten van dat thuis kan betalen. En ja, er blijft ook nog wat over voor mezelf waardoor ik het onderhoud van mijn eigen thuis kan betalen. In die ene Amsterdamse woning die ik verhuurde, hebben in meer dan twintig jaar tijd collega-journalisten, kinderen van collega-journalisten, kinderen van vrienden, zakelijke relaties en ontzettend leuke vreemden gewoond. Met wie ik overigens allen ook na hun verhuizing contact heb gehouden. Met geen van deze mensen heb ik ooit discussies gehad over ‘betaalbaarheid’ of oneerlijke machtsrelaties. Logisch ook: tevreden huurders zijn het belang van verhuurders. Niemand zit te wachten op onredelijk gezeik en gedoe.
Mijn huurders memoreren graag gniffelend dat ik één voorwaarde had bij onze huurovereenkomst: dat ze zo snel mogelijk een eigen huis zouden kopen omdat huur betalen toch wel weggegooid geld is.
Leven
Inmiddels behoor ik tot die ruim vierduizend Nederlanders die meer dan tien woningen verhuren. Het is een samenloop van omstandigheden. Nadat ik door toedoen van de islamitische medemens niet alleen verbaal maar ook fysiek werd bedreigd, culminerend in het dieptepunt dat landarrest in Turkije heet, verhuisde ik uit Amsterdam. Verliet ik de woning waar ik sinds 1998 woonde. Mijn thuis, mijn leven, liet ik achter me om opnieuw te beginnen, in mijn hometown Rotterdam, dicht bij mijn ouders die toen al op leeftijd waren en godzijdank nog steeds leven. Mijn woning haalde ik met behulp van vrienden leeg. Nou ja, zij haalden het leeg terwijl ik stond te janken en zag hoe mijn leven in een verhuisbus richting de opslag verdween.
Ik had het voorrecht om ook in Rotterdam een (stuk kleinere) woning te kunnen kopen waardoor Amsterdam leeg stond. Ondanks mijn PTSS besefte ik dat leegstand geen optie is. Verkopen ook niet: fysiek afstand nemen van een thuis waarvan je gedwongen wordt afstand te nemen, is niet hetzelfde als vrijwillig verkopen. De scheiding is rond, maar de ring zit nog aan je vinger. De bezigheidstherapie heette splitsen: van één pand meerdere woningen maken. En zo werden de twee woningen in Amsterdam opeens vier woningen, waar nog jaren negen (jonge) mensen gewoond hebben. Totdat ik eindelijk een nieuw thuis in Rotterdam vond en besloot mijn oude leven definitief achter me te laten. Ik verkocht Amsterdam, kocht mijn huidige woning en het huis van de buren. En opeens bleek ik lid te zijn van de vastgoedmaffia.
Rijkdom vs schulden
Het is een fascinerende logica maar om in die logica te blijven: ik rijd niet in een Maserati en verhuur ook geen corporatieschimmelwoning. Op de vraag of ik rijk ben, heb ik twee reacties: 1. Waarom vraag je niet hoe hoog mijn hypotheekschulden zijn? En 2. Hoeveel denk je dat ik overhoud na mijn belastingaanslag? Het antwoord op de laatste vraag durf ik al jaren niet te beantwoorden: sinds de invoering van de Wet betaalbare huur en de meer dan 100 procent box 3-belasting (d.w.z.: dat de huuropbrengsten lager zijn dan mijn belastingbijdrage), besef ik dat juist onze overheid verdient aan de vastgoedmaffia. Aan mensen die huurders wél van een thuis voorzien.
Wat ik óók hardop durf te zeggen, is dat de woningnood niet mijn schuld is, maar het effect van overheidsbeleid. Twintig jaar lang overlegde ik met mijn huurders hoeveel ze wilden betalen; twintig jaar lang selecteerde ik mijn huurders op hun blauwe ogen. Door overheidsbeleid moet ik me nu aan een waarderingsmal houden, waardoor het huren van een woning in Amsterdam net zoveel kost als een woning in Rotterdam, Groningen of Maastricht. En dat terwijl de aanschafprijs van die woning veel hoger is dan van een woning in Rotterdam, Groningen of Maastricht. Als ik wil verhuren, moet ik verduurzamen – een ander woord voor isoleren.
Woongenot huurder op kosten van verhuurder
Hoe rijk denk je dat ik ben, als mijn huurders wél in een label A of B wonen en ik met een beetje mazzel zelf in een D zit, hoewel E logischer is? Als huurders hun huur niet betalen, ben ík verantwoordelijk voor bescherming van de huurder – dit heet signaleringsplicht. Als huurders het te warm krijgen in de zomer, zit ík opeens met een hittewoning waar ik iets aan moet doen. Thuis zet ik de ramen en deuren tegen elkaar open maar dat is blijkbaar voor huurders geen optie. En vanaf 2029 mogen woningen met een energielabel E of hoger niet meer verhuurd worden. Kortom vanaf 2029 eist de overheid van verhuurders dat ze nóg meer geld stoppen in een woning waarvan de huur de kosten niet dekt. Het zijn maffiose praktijken – maar niet door verhuurders.
Iedereen lijdt
Dat mensen duur huren, is niet mijn schuld. Dat er woningnood is, ligt ook niet aan mij. Het is het directe gevolg van overheidsbeleid. Hypotheekrenteaftrek maakt woningen duurder. De startersvrijstelling i.c.m. met het verhogen van de overdrachtsbelasting, maakt woningen duurder. Opkoopbescherming maakt woningen duurder. Jubelton maakt woningen duurder. In dit kopersgeweld waren er desondanks mensen die met liefde vastgoed wilden verhuren. Totdat de overheid met het slotstuk op de proppen kwam dat Wet betaalbare huur heet, die samen met de box 3-belastingheffing, woningen onbetaalbaar heeft gemaakt voor iedereen: corporaties, pensioenfondsen, particuliere verhuurders én alle woningzoekenden.
Maar onthoud: de vastgoedmaffia, dat ben ik.











