Sinds 1 juli 2026 kunnen huurders een procedure starten bij de Huurcommissie als hun woning te warm is. Woningen die gebouwd zijn na 2021, maar ook voor oudere woningen. Er is geen deskundigenrapport nodig. Een geen temperatuurmeting. Een vragenlijst en een paar foto's volstaan. De verhuurder krijgt zes weken om het probleem op te lossen. Doet hij dat niet, dan volgt mogelijk een huurverlaging.
Klinkt daadkrachtig. Maar laat me dit even in perspectief zetten.
Nederland heeft gemiddeld 2 tot 8 dagen per jaar boven de 30 graden. Zomerse dagen boven 25 graden? Gemiddeld zo'n 24 tot 40 per jaar in het binnenland. Niet prettig. Maar ook niet het mediterrane klimaat wat onhoudbaar is. En ja we weten allemaal dat het langzaam steeds een beetje warmer wordt. Misschien wordt het nu echt tijd om opnieuw naar het WWS puntensysteem te kijken.
Het is geen wet en dat is precies het probleem
Dit nieuwe beleid is geen wet die door het parlement is aangenomen. Het is een aanpassing van het Beleidsboek Gebreken van de Huurcommissie: een boek dat de Huurcommissie elke zes maanden zelf bijstelt. Zonder stemming in de Tweede Kamer. Zonder eeuwig parlementair debat.
En de Huurcommissie zegt het zelf: ze wilden niet wachten op een officiële norm. Want die norm, een objectieve meetmethode voor oudere woningen, wordt pas halverwege 2027 verwacht. Dat betekent dit: verhuurders kunnen nu al worden aangesproken op warmteoverlast, terwijl de objectieve lat om te bepalen wanneer een woning écht te warm is er nog niet eens is.
Ondertussen komt het terugbrengen van tijdelijke huurcontracten niet van de grond. Terwijl deze eenvoudige aanpassing een directe doorstroming van de huurmarkt zou brengen. Dit contrast zegt veel over hoe beleidsprioriteiten worden gesteld.
Hoe de procedure werkt — en wat dat betekent voor verhuurders
Het beleid is voor huurders in de sociale huur en middensector. Huurders met een vrije sector woning kunnen niet naar de huurcommissie. Het werkt als volgt. De huurder meldt het warmteprobleem schriftelijk bij de verhuurder, de Huurcommissie heeft hiervoor een modelbrief beschikbaar. De verhuurder heeft daarna zes weken om te reageren en het probleem op te lossen.
Gebeurt dat niet? Dan start de huurder een zaak via MijnHuurcommissie. De huurder levert een ingevulde vragenlijst en foto's aan van de woning, de ramen en het dak. De Huurcommissie organiseert vervolgens een online zitting waarbij zowel huurder als verhuurder worden uitgenodigd te reageren.
Is er voldoende informatie? Dan volgt direct een bindende uitspraak. Is er nog onduidelijkheid maar wel een aannemelijk hittegeval? Dan bezoekt een bouwkundig onderzoeker de woning en volgt nog een zitting. Daarna doet de Huurcommissie een bindende uitspraak en kan de huur tijdelijk worden verlaagd totdat het probleem is opgelost.
De verhuurder krijgt dus de kans te reageren. Dat is eerlijk. Maar zes weken om een probleem op te lossen is in de praktijk vaak niet realistisch.
De airco paradox
Er wordt veel over airco's gesproken als oplossing. Maar een airco draagt niet automatisch bij aan een beter energielabel of meer WWS-punten. En dat geldt breder. Wat ook mogelijkheden zijn die helpen:
- Zonwerende beglazing of screens. Dat houdt warmte buiten voordat die naar binnen komt
- Isolatie van dak en spouwmuren. Voorkomt dat de woning opwarmt
- Ventilatie met warmteterugwinning. Zorgt voor luchtverversing zonder warmteverlies
- Temperatuurregelaar. Ontbreken hiervan is per 1 juli officieel een gebrek
- Airco die ook verwarmt. Koelt effectief maar levert geen zelfstandige WWS-punten op
Geen van deze maatregelen levert zelfstandig extra WWS-punten op. Alleen via het energielabel tellen ze indirect mee. Verhuurders worden dus gestraft als hun woning te heet is. Maar worden niet beloond als ze investeren in de oplossing.
De praktijk van zes weken
De meeste verhuurders zijn bereid te investeren. Maar dan moet er iets tegenover staan in de huurprijs. En zes weken is niet veel tijd. Zeker niet als de VvE toestemming moet geven, want die vergadert misschien pas over drie maanden. Of als de aannemer een wachttijd heeft van acht weken. Of als er eerst onderzocht moet worden welke maatregel het meest effectief is voor die specifieke woning. Of de enorme wachtlijsten bij airco bedrijven, mocht je toch een airco willen plaatsen. Nu bestellen is in het voorjaar een airco.
En terwijl we dit debat voeren, zitten onze kinderen in oude schoolgebouwen die bloedheet zijn. Slecht geïsoleerd. Nauwelijks gekoeld. Soms zo heet dat ze thuis moeten blijven. Daar gaat geen beleidsboek over in. Daar past niemand in zes weken iets aan.
Gelukkig regent het inmiddels weer en zijn we de warmte alweer even vergeten.
Maar het beleid blijft staan.
Wat verhuurders nu moeten weten
Krijgt u als verhuurder een schriftelijke melding van warmteoverlast? Reageer altijd binnen zes weken, ook als u het er niet mee eens bent. Geen reactie geldt als stilzwijgende erkenning van het probleem. Documenteer wat u doet en laat zien dat u actie onderneemt. Dat is uw sterkste verweer bij een zitting.
De oplossing is niet ingewikkeld
Erken de airco of andere maatregelen als zelfstandige maatregel in het WWS. Geef verhuurders meer dan zes weken als een VvE-vergadering en een aannemer erbij komen kijken. En kom met een objectieve meetmethode voordat je beleid handhaaft. Wie verhuurders wil laten investeren in betere woningen, zou ze ook moeten belonen. In het WWS. In de huurprijs. In de tijd die je ze geeft. Dat is geen gevraag om gunsten. Dat is vragen om consequent beleid. Anders los je niets op. Dan straf je alleen.






