Veel particuliere beleggers worstelen momenteel met dezelfde vraag. Verkopen van vastgoed kan aantrekkelijk lijken nu de overwaarde vaak groot is en box 3 onzeker blijft. Maar verkopen kan maar één keer, en wie te vroeg verkoopt, mist mogelijk toekomstige gunstige regelgeving. Regulier verhuren voor onbepaalde tijd biedt weliswaar stabiliteit, maar beperkt de flexibiliteit zodra een huurder huurbescherming geniet. En afwachten zonder te verhuren betekent vooral: kosten zonder inkomsten, terwijl de woning ondertussen ook nog eens risico loopt op achteruitgang en verminderde controle.
Wie te snel koopt, kan daar later spijt van krijgen”
‘Beleggers die hun woning aanhouden voor de lange termijn, bijvoorbeeld als pensioenvoorziening, willen momenteel vooral hun opties openhouden’, zegt Ruud Schumacher, eigenaar van Hubbs. ‘Wie te snel verkoopt, kan daar later spijt van krijgen. De overheid is op dit moment weinig voorspelbaar en de verwachtingen voor verhuurders zijn niet bepaald positief. Maar het kan zomaar zijn dat het tij op enig moment keert, ingevoerde wetten worden teruggedraaid of aangepast en box 3 uiteindelijk minder ongunstig uitpakt. Heb je dan al verkocht, dan is er geen weg terug. Verhuren voor onbepaalde tijd is met alle huidige onzekerheden geen aantrekkelijke optie, maar tijdelijk verhuren totdat er meer duidelijkheid is, wél. Dat is uiteraard alleen zinvol als de huuropbrengsten ten minste opwegen tegen de kosten.'
Vaste huurcontracten zijn de norm
Sinds 1 juli 2024 zijn tijdelijke huurcontracten voor woonruimte niet langer vanzelfsprekend. De Wet vaste huurcontracten heeft huurovereenkomsten voor onbepaalde tijd opnieuw de norm gemaakt, met volledige huurbescherming voor de huurder. Een woning simpelweg terug willen omdat verkoop of een andere strategie aantrekkelijker wordt, is geen grond om de overeenkomst te beëindigen.
Voor specifieke doelgroepen, zoals studenten, blijft een tijdelijk contract van maximaal twee jaar mogelijk. Ook verhuur via de Leegstandwet, bijvoorbeeld bij een woning die te koop staat of tijdelijk leegstaat in afwachting van sloop of renovatie, biedt nog ruimte, mits de gemeente een vergunning afgeeft. En voor kortdurend verblijf, zoals recreatieve verhuur, gelden weer andere regels. Zodra er feitelijk sprake is van wonen, kan een huurder alsnog aanspraak maken op huurbescherming.
‘We merken dat veel particuliere verhuurders sinds die nieuwe regelgeving terughoudender zijn geworden’, aldus Schumacher. ‘Niet omdat ze niet willen verhuren, maar uit angst om jarenlang vast te zitten aan een huurder. Het gevolg is dat woningen onnodig leeg blijven staan of juist te snel worden uitgepond, terwijl de vraag naar huurwoningen juist groot blijft. Ook op de koopmarkt zien we het: wordt een woning niet meteen tegen de gewenste prijs verkocht, dan durven eigenaren verhuur nauwelijks nog als tussenoplossing te zien.’
Zakelijke verhuur als uitweg
Wie flexibiliteit, zekerheid en gemak wil combineren, kan zijn woning ook zakelijk verhuren: niet aan een particuliere huurder, maar aan een bedrijf dat de woning gebruikt voor de huisvesting van bijvoorbeeld expats of internationale medewerkers. Deze doelgroep is een structureel onderdeel van de arbeidsmarkt, in sectoren als bouw, techniek, IT en zorg. Werkgevers stellen daarbij steeds vaker eisen aan kwaliteit en veiligheid, onder meer via de SNF-normering. Dat maakt professionalisering van verhuur en beheer steeds belangrijker.
Een belangrijk voordeel van deze constructie is volgens Schumacher de combinatie van rendement en flexibiliteit. ‘De woning blijft inkomsten genereren, terwijl de eigenaar ruimte houdt om later opnieuw keuzes te maken. Dat is precies waar veel beleggers nu behoefte aan hebben.’
Kwaliteit van beheer
Dat vraagt wel om strak beheer. ‘Goed beheer voorkomt leegstand en zorgt voor tevreden huurders’, zegt Schumacher. ‘Denk aan maandelijkse inspecties, onderhoudsplanning, naleving van huisregels en heldere communicatie, zowel richting bewoners als opdrachtgevers.’
Het speelveld rondom verhuur is de afgelopen jaren sterk veranderd. Door de combinatie van landelijke wet- en regelgeving en aanvullende lokale regels is actuele kennis belangrijker dan ooit. ‘Professionele partijen blijven actief op de verhuurmarkt, maar verhuren is niet meer zo eenvoudig als enkele jaren geleden’, aldus Schumacher. ‘Je moet goed weten welke regels van toepassing zijn, welke mogelijkheden er binnen een gemeente zijn en hoe je het beheer op de juiste manier organiseert. Vastgoed dat goed wordt beheerd, presteert niet alleen financieel beter, het vraagt ook minder aandacht van de eigenaar zelf. Kennis van zaken is in 2026 uitgegroeid tot een echte rendementsfactor.’
Hubbs vervult in deze constructie zelf de rol van huurder: het bedrijf huurt de woning van de eigenaar en zorgt vervolgens voor geschikte bewoners, onder wie expats en arbeidsmigranten. De eigenaar ontvangt maandelijks de afgesproken huur, ook wanneer de woning tijdelijk wisselt van bewoners of even leegstaat. Bewonersselectie, inrichting, inspecties en onderhoudscoördinatie worden volledig door Hubbs uit handen genomen, zonder makelaars- of beheerkosten. En een woning is binnen zeven dagen verhuurd, dankzij het uitgebreide netwerk van Hubbs.
‘Vastgoed in 2026 vraagt om richting en professionaliteit’, besluit Schumacher. ‘De regels zijn veranderd, maar de basis niet: mensen hebben woonruimte nodig. Beleggers die daarop inspelen, blijven relevant.’
Dit artikel is gespsonsord door Hubbs.


