Als iets eruitziet als een BMW, rijdt als een BMW en een BMW-logo draagt, dan is het logisch dat mensen denken dat het ook echt een BMW is. Precies daarom is de vorm van de funderingsscore problematisch: het functioneert in de praktijk als een funderingslabel, ook al noemen de bedenkers dat zelf niet zo.
Afgekeken beeld en logo van energielabel
Officieel gaat het om een funderingsscore, vaak gepresenteerd via een funderingsladder of modelmatige risicoberekening. In de praktijk wordt het echter bijna overal “het funderingslabel” genoemd: door makelaars, verkopers, kopers, taxateurs, banken en journalisten. Dat is niet toevallig en vooral niet hun eigen bedenksel; het label is zo zorgvuldig vormgegeven dat de gelijkenis met het energielabel vrijwel identiek is.
De funderingsscore gebruikt dezelfde letters A tot en met E, een vergelijkbare opbouw en quasi dezelfde kleuren als het energielabel. Alleen het energielabel kent daarnaast nog een F of G, afhankelijk van de systematiek. Voor de gebruiker op straat doet dat er weinig toe: een A betekent “goed”, en hoe verder je in het alfabet komt, hoe slechter het label wordt. Die associatie zit diep in het collectief bewustzijn.
Score = modelmatige inschatting
Het probleem is dat die verwachting niet altijd klopt. Bij het energielabel zegt een A-label iets over de werkelijke energieprestatie. Bij een A-funderingsscore gaat het om een modelmatige inschatting van funderingsrisico, vaak gedeeltelijk op basis van omgevingsfactoren en niet van een daadwerkelijke inspectie. Dat is een fundamenteel verschil, maar visueel is dat niet te zien. De keuze om de vorm zó sterk op het energielabel te laten lijken, zorgt ervoor dat het publiek automatisch dezelfde interpretatie toepast, ongeacht hoe de bedenkers het zelf willen benoemen.
En dan komt het bijzondere: de bedenkers zullen zeker aangeven dat zij het geen “funderingslabel” noemen. Dat klopt technisch, maar praktisch gezien werkt het anders: het publiek gaat er juist zo mee om door de extreme visuele gelijkenis. De keuze voor dezelfde letters, dezelfde kleuren en dezelfde labelachtige vorm maakt dat al snel onontkoombaar. Het is vergelijkbaar met een auto die qua vorm en logo bijna een BMW is: zelfs als je zegt dat het “geen BMW” heet, is de verwarring al ontstaan. In veel andere sectoren wordt juist gekeken naar zaken als auteursrecht, plagiaat of andere vormen van misleidende gelijkenis; dat is hier volgens mij niet voldoende gedaan.
Misleiding en schijnzekerheid
Daarom vind ik het funderingslabel – in de praktijk, zoals het functioneert – misleidend. Het leidt tot schijnzekerheid bij een goede score en kan onnodig stigmatiseren bij een lagere score. Juist daarom pleit ik voor een andere vormgeving: een schaal van 1 tot 5, of een compleet andere kleur- en vormtaal, zodat duidelijk is dat het om een risicoschatting gaat en niet om een harde kwaliteitsbeoordeling zoals een energielabel. Dan blijft het systeem functioneel, maar nemen verwarring en misleiding af.



